Gerrit ter Welle: ‘Storkdata werd in het weekend verkocht’

Gerrit ter Welle is sinds 2012 de pr-man van Museum Hengelo. De Keuken uit 1930, de Erkerkamer, de Stijlkamer, de Ripperdakamer, de Dienstbodekamer, het Oorlogskabinet en de Popmuziekkamer jaren ’60 zijn tegenwoordig zijn domein.

Maar Ter Welle werkte ook dertig jaar bij Stork. “Ik ben in 1968 begonnen op de computerafdeling. Zo’n vijf jaar later zijn de afdelingen Amsterdam en Hengelo samen gegaan en werd het één afdeling in Amersfoort. In ben in Hengelo blijven wonen. Eigenlijk maakte het niet veel uit, want we deden projecten op verschillende plaatsen. Achteraf heb ik een mooie tijd gehad.’’

Achteraf bemerkte Ter Welle ook het verschil tussen Hengeloërs en mensen van elders. “In Hengelo heb je totaal andere mensen dan in het westen, zuiden of noorden van het land. Problemen werden er echt anders opgelost’’, zegt hij. ’’Ook bij Stork zelf waren er verschillen. Bijvoorbeeld tussen Ketels en Pompen. Hoe ze tegen de problemen aankeken. Bij Ketels ging het financieel heel erg goed. Daar konden ze veel makkelijker met problemen omgaan. Eigenlijk kon je beter een probleem hebben bij Ketels dan bij Pompen.’’

Ter Welle kwam voor zijn werk regelmatig in het buitenland, ook voor Storkdata. Ook over de grens signaleerde hij verschillen. “Engelsen maken altijd ruzie en Ieren en Finnen proberen alles op te lossen. Belgen en Fransen zeggen van ouioui, maar doen vervolgens niks. Dat is me echt opgevallen,  al moet ik het natuurlijk wel voorzichtig zeggen.’’

Dat Storkdata ‘in het weekend’ werd verkocht aan ELC deed hem zeer. Later werd het Eniac en daarna Imtech, zo weet Ter Welle. Dat een deel van de geschiedenis van Stork een plek heeft gevonden in Museum Hengelo is voor hem meer dan een pleister op de wond.


-Tekst en video: Twentekst-

Ook bij Stork zelf waren er verschillen

Andere portretten bekijken?

Terug naar overzicht